Aan het eind van de eerste dag van het startweekend voor pastoraal werker, is er even tijd voor een moment met God. Ik vind rust in de stiltekapel. Nadat ik mijn dag met God heb doorgenomen, pak ik de bijbel om God aan het woord te laten. Met ogen dicht sla ik de Bijbel open. Met mijn hand op de Bijbeltekst vraag ik of Hij tot mij wil spreken wat Hij op dit moment tegen mij te zeggen heeft. De Bijbel ligt open bij Spreuken 20 (NBV04). Ik lees het hoofdstuk. Met name deze spreuken komen op dit moment diep bij mij binnen.
Wat omgaat in een mensenhart is als diep verborgen water, iemand met inzicht brengt het naar boven (vers 5). Wij gaan leren om het gesprek aan te gaan, door stil te staan bij wat dat mensenhart, voelt, denkt, wil en (in de laatste plaats) doet. Dat inzicht krijgen we niet van onszelf, want: Een oor dat hoort, een oor dat ziet, de HEER heeft beide gemaakt (vers 11). God heeft onze oren en ogen gemaakt. Hij heeft ons eigenschappen, ervaringen en kennis gegeven waarmee Hij door ons heen kan werken. Daardoor geeft Hij ons inzicht. God kan ons inzicht geven omdat hij allang weet wat er in de mens omgaat. Het licht van de HEER beschijnt de geest van de mens, het dringt door tot in zijn diepste gedachten (vers 27). God komt veel verder dan wij ooit uit onszelf kunnen. Ook als wij in gesprek gaan met een pastorant, komen wij nooit tot volledige inzicht. We mogen erop vertrouwen dat Hij ons helpt om in dat moment even op de levensweg van de pastorant stil te staan. We hoeven niet te weten welke kant de weg op gaat. Hoe de weg verder zal gaan kunnen we aan God overlaten: De weg van de mens wordt bepaald door de HEER, wie weet zelf welke richting hij gaat? (vers 24). Wij hoeven het niet zelf te doen, God weet het wel.
We hebben allemaal het verlangen om beschikbaar te zijn voor God en onze naaste. Dat is het enige wat daadwerkelijk van belang is: wees beschikbaar! In vertrouwen op God stel ik mij beschikbaar. Ik hoop bij die momenten aanwezig te mogen zijn, waarin God en pastorant elkaar mogen ontmoeten. Ik gun het jou, dat je hoop en verlangen in vertrouwen bij God mag brengen!
Hoewel we nog aan het begin van onze studie staan, nog een heleboel moeten leren (en afleren), ben ik hoopvol en vol vertrouwen. God wil mij met deze woorden bemoedigen. Bij het lezen van deze woorden voel ik een diepe vreugde. Ik ben over deze woorden na gaan denken wat God ermee wil zeggen. Deze woorden van bemoediging wil ik graag met jullie delen! Ik ben aan de slag gegaan, het doen, heb er een overdenking van geschreven. In dit weekend ben ik geconfronteerd met het feit dat ik steeds in de verkeerde volgorde begin: het doen. Bij het schrijven realiseer ik mij dat God ook het voelen, denken en willen in mij heeft gelegd. Ik mag er mee oefenen. Voor de rest mag ik het overlaten aan God. Dat geeft mij hoop!
God doet het


Geef een reactie